Please assign a menu to the primary menu location under menu

Almere StadFotografieKunst en cultuurMensen in de stad

Feeënstof voor Daan Roosegaarde

Space Waste, Daan Roosegaarde.Heel het heelal is vandaag het theater in Almere

Met nog een stuk of duizend Almeerders kijk ik naar Space Waste Lab van Daan Roosegaarde. Briljant, prachtig én contemplatief.

Het Space Waste Lab is niet een overweldigende lichtshow of theaterspektakel. Maar tegelijk ook wel. Roosegaarde en zijn team betrokken de ESA en NASA, de Nederlandse luchtverkeersleiding en de gemeente Almere in hun voorbereiding. Zodat op dit moment in de tijd en op deze plaats, jij deze ervaring kunt ondergaan. Ik vind dat nogal wat. Ja, deze Roosegaarde experience overvult je veel minder met spectaculaire effecten dan eerdere kunstwerken. Je bent hier meer op jezelf aangewezen. Dat vind ik mooi bedacht, want ook al heb ik die rommel het heelal niet ingeschoten, ik maak wel deel uit van de mensheid die het deed en doet. Het maakt mij bewust van mijn eigen, superveelkleinere taak om onze aardbol en de ruimte eromheen schoon te houden. Waar anders dan in Almere komt deze boodschap beter tot zijn recht.

In Space Waste ben je onderdeel van de performance en daar moet je een beetje je best voor doen. Online lees ik korte oordelen van teleurgestelde bezoekers, een regionale journalist noemt het zelfs een ‘aanfluiting’. Is een beetje contemplatie teveel gevraagd of is het gewoon onbegrip of gemakzucht? 

Hieronder vind je mijn ervaring. 

Spelfout

Het publiek wacht op de experience

Het is zaterdagavond, ik ben op weg naar Space Waste Lab en mijn zintuigen staan op scherp. Als ik over de Stedendreef in het stadscentrum rijdt, overvalt mij een gevoel van grootstedelijke allure. In het uitstervende daglicht vertonen zich majestueuze gevels met lichtornamenten en puntige straatlampen als sterren in het Almeerse universum. Ik parkeer onder het gebogen maaiveld dat ons stadshart torst en wandel in twee minuten van mijn auto naar de Esplanade. Daar, aan de voet van de Schouwburg overzie ik die enorme binnenstedelijke ruimte, die tegelijkertijd een stadsplein en een immens waterfront is, en die – voor de gelegenheid – al in duister is gehuld. Ook de sfeerverlichting van de rand van het winkelcentrum en de buitenverlichting van het Berenrestaurant zullen later hun lichten uit doen. De Schouwburg zelf (op het gebouw verkeerd gespeld als KAF) baadt nog in het licht, wat prima is, want het naar buiten tredend licht is een van de kernkwaliteiten van dit schitterende architecturale hoogtepunt. 

Blauw kwartier

Het is nog vroeg, ik wandel een rondje. In de Schouwburg zit een bijna duizendkoppig publiek nog naar de verhalen van André Kuipers en Daan Roosegaarde te luisteren, maar hier schuifelen in het bijna duister al enkele tientallen mensen rond. Op de Traverse kom ik langs de Almeerse versie van Nighthawks (1942) van Edward Hopper. Even verderop kijk ik uit op het rijk verlichte Forum. De mooiste foto’s van de nacht maak je in de vooravond. We noemen dit het blauw kwartier, ook al duurt het soms langer of korter. Het gaat erom dat het laatste daglicht nog in het uitspansel schemert en het met kunstlicht van straatverlichting en vensters om jouw aandacht wedijvert. Ik vind het jammer dat Space Waste Lab begint pas nadat het volledig nachtelijk duister is ingetreden en niet een uurtje eerder. Wij waren er wel iets eerder en hadden het geluk dat de technici een van de laserinstallaties beproefden. In een reflex, uit de hand en zonder statief verschalkte ik de laserbundel tegen een nog doortekende lucht. 

Feeënstof

Terug op de Esplanade. Even na achten stroomt de Schouwburg leeg. Het is een bijzondere gewaarwording. Visueel interessant, want we staan met z’n allen in het donker, terwijl aan de begrenzing van ons blikveld de lichten van de stad als muren lijken opgetrokken. De dichtbije donkerte is vervuld van het geluid van mensen. Ze praten en lachen, naast mij hoor ik een groet met twee klapzoenen en wat verder weg hoor ik iemand roepend zoeken. Wat een genot om hier te staan zonder de oorverdovende rotherrie van een of ander muziekfestival. Roosegaarde en Kuipers stellen zich op temidden van de technische installaties en roepen het publiek tot zich. Een eenzame technicus met een spotje in zijn hand staat manmoedig het tweetal te verlichten. Ik hou zielsveel van zulke eenvoud, voor mij is het onderdeel van de beleving. Na de korte toespraak dooft het spotje, hult zich de omgeving in het donker en gaan de lasers aan. Onmiddellijk vergroot mijn belevingsruimte zich tot oneindige proporties en word ik onderdeel van het substantiële universum én een fabelachtige droomwereld. Want het regent heel zachtjes en regendruppeltjes dalen als feeënstof door de laserbundels en veroorzaken betoverend opvlammende lichtspikkels. Ik kijk er ademloos naar. 

Bewust

Heelaltheater en Schouwburg in een opname. Let op de spikkeltes in de laserstralen.

Er een foto van maken is een bijna beledigende versimpeling van de performance, maar het werkt ook verdiepend. Want eerst door de langere belichtingstijd word ik mij bewust dat de laserbundels heel langzaam langs de hemel strijken. En dat klopt natuurlijk, ze volgen immers het gedetecteerde ruimtevuil op hun weg rond onze aarde. Je weet dat als de convergerende twee laserstralen elkaar raken een stuk ruimteafval is gemarkeerd. Daar, niet in de oneindigheid, maar in de reële werkelijkheid zwerft een stuk menselijk afval in de ruimte.