Please assign a menu to the primary menu location under menu

Politiek

Almere, kolonie der Nederlanden

Griffie, gemeenteraad, politiekVVD en PVV aan de interruptiemicrofoon

Terug van vakantie en ik ging weer eens naar de Politieke Markt. Gewoon omdat het leuk is. Ik bezocht twee carrouselbesprekingen en daarna het plenaire deel. Om half twee fietste ik weer naar huis. Oef.

De eerste carrousel ging over de sluiting van de penitentiaire inrichting. Veel publiek in onze grootste vergaderzaal, vooral veel medewerkers. Tja, die sluiting, daar zijn we het allemaal heel erg mee oneens. We zijn hier namelijk dol op onze boefjes. We koesteren ze binnen onze stadsgrenzen. Onze gevangenis in Almere Buiten heet niet voor niets AlmereBinnen. De werkgelegenheid is ook wel een puntje natuurlijk en de manier waarop zo’n werkgever omgaat met de mensen. De raad toonde zich dus totaal oneens met de sluiting. De wethouders ook. En de burgemeester, hier in de vergadering niet als burgervader, maar als portefeuillehouder, was het er op zijn karakteristieke wijze heel krachtig mee oneens. En het hele publiek stond als één man (M/V) achter de politiek. Tjee, zelden waren we het in de Almeerse politiek zo eens over iets waarmee we het niet eens zijn. Het gevoel van collectieve kracht vulde de zaal. Dit kan zo echt niet. Een dwaling van de minister. Maar verder lijkt het mij volstrekt nutteloos, want onze raad en het college heeft hierover helemaal niets te vertellen. In Den Haag kunnen we hooguit op ons knieën gaan om het besluit terug te draaien. Bijvoorbeeld door onze lokale fracties hun landelijke evenknieën in de Tweedekamer op te porren. Dat stond overigens ook in de besproken motie en dat leverde een mooie ‘maar’ op van de Partij van de Dieren, die het onnodig vond om daartoe in een motie opgeroepen te worden. Gelijk hebben ze.

Floriade

Die andere bijeenkomst ging over de Floriade. Niet over de herrie rond Herrema of die ene vertrekkende directeur, wier hart Friesland nooit heeft verlaten, wat ik bij haar aantreden al observeerde. Evenmin kwam het voortslepende conflict met de jachthaven aan de orde of de korte tijd die ons nog rest om het evenement van de grond te krijgen. En het ging ook niet over die voltallige Raad van Commissarissen die opstapte omdat ze het met de verandering van de ‘scope’ niet eens zijn. Nee, die scope zelf was het onderwerp. Ehhh, scope? Scope is een slim gevonden term, die in één woord moet samenvatten wat in geen 100 zinnen is uit te leggen. Die honderd zinnen zijn er wel, meer zelf, maar een lekker leesbaar document levert het niet op en ik vrees dat de argeloze burger die wil weten wat er speelt, er geen touw aan kan vastknopen. Ik vat het even bruut samen: het college stelt voor de Floriade expositie en de gebiedsontwikkeling méér met elkaar verweven. Dat geeft betere kansen op een succesvol evenement. Maar critici denken dat de wereldtentoonstelling, daar waar het ons in Almere om gaat, in dienst kan komen te staan, misschien zelfs ondergeschikt wordt aan het bouwen van de woonwijk die na de Floriade verschijnt. Dan wordt het geen wereld-tuinbouw tentoonstelling, maar een bouwexpositie. Iedereen deed zijn kritische zegje, maar later in het plenaire deel werd het voorstel moeiteloos aanvaard. Weet je, ik denk dat het doorlopend door elkaar zwemmen van expositie en woonwijk van meet af aan voor onduidelijkheid heeft gezorgd, misschien dat daar nu een eind aan komt. Ik leg het maar positief uit.

Plenair

Het is de laatste raadsvergadering voor het reces. Pas op 20 september komt de politiek weer bijeen, dus willen de bestuurders van onze stad nog zoveel mogelijk openstaande kwesties afronden. De agenda is overvol, er moeten besluiten genomen worden. Dat gebeurt dan ook, maar niet in haast. Er wordt een paar keer geschorst, omdat moties en amendementen on-the-fly passend worden gemaakt, maar echt spannend wordt het niet. Wethouder Dijkstra komt er (té) gemakkelijk vanaf met betrekking tot de noodlokalen van school Het Universum en dat de nieuwe wethouder, Loes Ypma, wel een beetje, maar niet écht in Almere komt wonen levert ook al geen spektakel op. Als ik mij niet vergis zijn dan vijf van onze zeven wethouders niet in Almere woonachtig, al geef ik het die ene dat’ie op fietsafstand woont. Maar ook een hele rij topambtenaren komt eveneens van buiten en zij schakelen (begrijpelijkerwijs) graag professionele inhuurkrachten uit hun oude netwerken in. Wat het risico is van externen van buiten, zien we niet-toevallig in de Floriade gedemonstreerd. 205.000 inwoners, de zevende stad van Nederland, het lijkt wel alsof Almere een kolonie is van de rest van Nederland. Waar zijn onze eigen bestuurlijke krachten?