Please assign a menu to the primary menu location under menu

Kunst en cultuurPolitiek

Cultuurfonds scoort met Publieke Verantwoording

Cultuurfonds, CorrosiaCultuurfonds, Corrosia

Onder de noemer Publieke Verantwoording nodigt Cultuurfonds geïnteresseerden uit om kennis te nemen van haar prestaties in de voorbije 2,5 jaar. In Corrosia tref ik vooral makers en betrokken, maar er zijn ook wat politici en burgers.

Alleen al de ambiance van de door mij geliefde Roestbak (de theaterzaal zelf, bedoel ik daarmee) werkt sfeer- en verwachtingen verhogend. Tegelijk daagt het fonds zichzelf hiermee uit om door de onvermijdelijke vierde wand te breken. Tamelijk ambitieus, als je bedenkt dat de presentatie wordt verluchtigd met klein-, dans- en voordrachtskunsten. Cultuurmakelaar Jan-Melle Liscaljet doet een verheugend positieve presentatie. Ik durf eruit concluderen dat we (= ze) met het Cultuurfonds in Almere hartstikke goed bezig zijn. Het fonds injecteerde in totaal zo’n anderhalf miljoen en er kwamen projecten ten bedrage van in totaal bijna acht miljoen uit voort. Factor zes. En dat zijn alleen maar de projecten. Daarnaast leveren ze kennis, kunde en tegenspraak. Het cultuurfonds is een gesprekspartners voor makers en het werkt. Dat vinden ze ook in andere steden en dus vinden we navolging.

Voorzitter Bas ten Brinke draagt bij met een soepel gebracht bestuursverslag, waarna het Publiek Verantwoorden overgaat in een zaalgesprek. En waarachtig, zaal en het fonds spreken alsof er geen vierde wand is. Een politica echter, beziet het moedige en vernieuwende Publieke Verantwoorden vanuit de optiek van de bureaucratische en cijfermatige verticale verantwoording en hult zich in de belérende mantel van een treasurer. Dat mag, maar is tegelijk weinig verheffend én erg verrassend, daar zowel College van B&W als Gemeenteraad op zoek zijn naar nieuwe wegen van verantwoording. Gelukkig maakt een politicus van een andere partij er korte metten mee: ‘probeer toch niet alles in geld uit te drukken.’ Het mocht de pret niet drukken.

Deze middag maakt gelukkig. Er gebeurt van alles op cultureel gebied in onze stad. De makers krijgen steeds meer vertrouwen dat hun ideeën in Almere kans van slagen hebben. Ze hebben een gesprekspartner die hen begrijpt, kennis heeft en duidelijk is. Die niet louter geld verstrekt, maar in de volle breedte meedenkt. Ze zijn minder afhankelijk van de nukken, traagheid en rigiditeit van de jaarlijks subsidiërende overheid. Zo’n twintig jaar maakte ik dat als cultuurmaker zelf mee en knapte erop af. Gek werd ik er van. Maar maakt díe handje-ophoudencultuur nu plaats voor écht samen bouwen? Is dan de rem op het vliegwiel weggenomen en kan de culturele ontwikkeling in Almere op snelheid komen tot een zichzelf voortstuwende sector? Ik denk van wel, maar ik doe wat de politieke beslissers ook moeten doen: laat het aan de professionals, ze zijn goed op weg.