Please assign a menu to the primary menu location under menu

FotografiePolitiek

Het hemelsch licht

PRS__B231397Griffiemedewerkers bekijken de vorderingen

De raadszaal van Almere baadt in een letterlijk helder licht. Zelfs op deze sombere winterdag stroomt het door de ramen en de daklichten naar binnen. Maar vooral sprankelt het vanuit de talloze lichtpunten in een alomtegenwoordige frisheid. Hemelsch is het licht.

Niet dat het vanzelf zo is gekomen. Vier maanden stond de raadszaal vol met een woud van hoge bouwsteigers en pas na een dagenlang luid geraas van hamers op ijzer en galmende steigerpijpen werd de ruimte bevrijd van haar obstipatische vulling. Nu beweegt zich een klein team traag door het stof, dat als een plakkerige mist is blijven hangen en lijkt de zaal tegen te stribbelen, alsof ze nog niet helemaal bereid is zichzelf prijs te geven. Nóg is de ruimte leeg en desolaat, maar toch wekt ze al het verlangen op naar haar toekomstige bestemming.

Arena

De ziel van het ontwerp van grootmeester-architect Cees Dam is nog onverminderd voelbaar. Het zit in de halfdoorschijnende marmeren achterwand, de inrichting met de open cirkelvorm en het concentrisch opgetilde en verheven dak met gebroken lichttoetreding. Naast dat het licht in de verbouwde raadszaal letterlijk helder is, is het ook een spreekwoordelijke verlichting. Is er een betere en mooiere omgeving om als gekozen burger te excelleren dan hier? Alles spant samen om uit te drukken dat er maar één plaats in dit gebouw is waar het er echt toe doet en waar zich het brandpunt van de politiek bevindt: de arena. Het is waar politici elkaar in het debat tegemoet treden. En waar ze zichzelf, hun overtuigingen en hun daden kunnen tonen aan elkaar en het publiek. Waar dromen worden gedeeld, beloftes worden gehouden of gebroken, en waar de waarheid het kan winnen van de waan.

Spuugafstand

Die arena, ja, die was er al, maar te groot, te ruim en te leeg. Straks, in de nieuwe indeling bewegen zich de redetwisters meer in elkaars nabijheid, dichter bij hun collega-raadsleden en op – alweer spreekwoordelijke – spuugafstand van elkaar. Niet dat ik ertoe wil aanzetten dat dát gebeuren gaat. Maar wat mij betreft blijven de spreekgestoeltes achterwege en bewegen zich de raadsleden tijdens hun redevoering straks vrijelijk over de hele arenavloer, richten ze zich nu eens tot hun opponent en zoeken dan eens bevestiging tussen de hen omringende raadsleden. Ai, wie hier dan het woord voert móet van goeden huize komen. En het dringt tot mij door dat dát het is waartoe deze nieuwe raadszaal oproept: een nieuw raadslid. De politieke verbinder van stad en bestuur, die zich door grotere kennis en het beter geïnformeerd zijn, die zichzelf door zich te verdiepen in de keuzes en met inhoudelijk gevoerde sterke debatten daadwerkelijk beter in staat stelt om de juiste keuzes te maken voor deze stad dan een burger in de stad ooit zal kunnen. Daarom hebben we voor hen gekozen, laat ze het dan ook doen.

Hear, hear

Die nieuwe raadsleden moeten zich vooral van hun politieke kant tonen en laten zien waarvoor ze staan. Welke afwegingen gemaakt worden en wat daarvoor de argumenten zijn. Dat is hun rol, daarom kozen wij ze om mee te praten in het centrum van de macht. En dat moeten ze zichtbaar doen, zodat wij als burgers weet hebben van het wie, wat en waarom. Zodat we ons kunnen verheugen in wat we graag wilden en kunnen neerleggen bij wat niet haalbaar is gebleken. En zou het niet mooi zijn als ze elkaar onderling ook meer uitdagen en dwingen tot verheffing. Kunnen we invoeren dat we – net als in Groot Brittanië – een debat vanuit de raadsbanken laten aanmoedigen met volle klanken van instemming of afkeuring? Met driftig kloppen op de tafels, versplinterd of juist overweldigend applaus. Met tumult, levendigheid en collectieve betrokkenheid. Wie het waagt hier onbeslagen ten ijs te komen kan hoon verwachten en wie excelleert krijgt hulde. Zou het politieke bedrijf zichzelf daardoor versterken en een betere rol voor de stad kunnen vervullen? En zou onze politieke markt dan nog weer interessanter worden?

Deze nieuwe raadszaal, de hele verbouwing van het fysieke politieke domein in ons stadhuis, het roept tot mij met luide stem ‘sta op’. En ik geef die boodschap door aan hen die het ambiëren om in 2018 de nieuwe raad te vormen. Ik droom van een nieuwe garde gekozen burgers. Maar denk nu niet, kiezende burger, stemmer of niet-stemmer, dat het aan jouw deur voorbij gaat, deze plicht om op te staan. Want het is een noodzaak om in maart te stemmen en je wil te delen met hen die hem voor je proberen te vervullen. Een weloverwogen kiezen, niet gemakzuchtig of uit gewoonte. En je moet er ook daarna zijn om de door jou gekozen burgers te horen en te zien, om hun beloftes te toetsen, om ze bij te sturen als het nodig is en aan te moedigen als het kan. Dit stadhuis is van de stad, de raad is voor de stad en de stad, dat zijn wij.