Please assign a menu to the primary menu location under menu

DagAlmereAlmeerderstrand

Twee keer een rondje Almere in november voor de Lifestyle Almere van december. Twee keer geluk met het weer. Vooral die eerste keer, met een mooie zon en een heldere hemel. En gewoon lekker op de fiets.

Die ene foto van het Almeerderstrand, met die prachtig verkleurende bomen, die er zo te stralen stonden: ik was er een kwartiertje aan kwijt. Niet om de foto te maken, maar gewoon om er op dat moment te zijn.

Maar om daar te komen fietste ik eerst door het geamputeerde Kromslootpark. Het blijft een droefenis hoe een harteloos aangelegde snelweg – ook nog eens zonder geluidschermen, dus ongenaakbaar lelijk – ten koste gaat van zo’n mooi stukje natuur. In de fotografie ervan blijft er dan nog iets van de illusie over, want fotograferen is weglaten. Knip, weg weg. Maar geluid is onvermijdelijk. Daar kun je niet van wegkijken, het is alomtegenwoordig. Schandalig kortzichtig dat ambtenaren van Rijkswaterstaat met hun ‘open snelweg’ de voorrang gaven aan het uitzicht van de voorbijrazende automobilist, in plaats van aan de inwoners van de stad waar die weg door heen snijdt. Slappe gemeente ook die dat gewoon heeft laten gebeuren. Onherstelbaar en dus onvergeeflijk. Maar laten we wel zijn; welke imbeciel plant er nu een snelweg zonder geluidschermen dwars door een stad. Of andersom: welke imbeciel plant er nu een stad aan weerszijden van een snelweg. De polder was leeg, het had echt anders gekund. Maar goed, genoeg grumpy old man voor deze dag. Terug op de fiets.

Ameerderstrand en Duin

Eerst het Almeerderstrand en kort daarna het uitzicht op het C-Smart Hotel. Vanaf de kreek. Ik wist niet dat we in Almere een kreek hadden! Wat een fraai stukje vergeten stadsrand. En wat goed passen ze dat nu in. Je zult daar in Duin komen te wonen in dat fabelachtige woongebied met zo’n kuststrook op wandelafstand.

Het hotel zelf is een prachtige accommodatie, niet voor publiek toegankelijk, maar louter voor studenten van C-Smart, die hier leren immens grote cruise-schepen veilig over de wereldzeeën te varen. En de havens in en uit, dat is een grote uitdaging, denk ik zo. Erg vriendelijke mensen, die mij -bij uitzondering- toestonden even een foto van het uitzicht te maken. Dat is het voordeel om de chroniquer van de stad te zijn. Zodat alle Almeerders kunnen zien hoe zeevarende professionals van overal ter wereld een blik krijgen op onze Almeerse leefomgeving.

In Poort blijf ik onder de bekoring komen van de kwaliteit van de stedelijke inrichting. Zodat zelfs zo’n gevelrijtje als aan de Frankrijkkade er fraai uit komt te zien. Leuk detail dat eind november een jongeman er lekker zijn rug bruint. Maar natuurlijk verdwaalde ik weer in Poort. In dat opzicht is er niets veranderd. Infrastructuur loopt altijd achter op de stad en de fietspaden zijn helemaal vogelvrij. Dus, wil je onder de snelweg door vanuit Poort, dan heb je al maandenlang pech. Pas als je bij het tunneltje komt, zie je dat die is afgesloten en moet je kilometers terugfietsen om er bij de Literatuurwijk uit te kunnen. Derde keer dat me dit overkomt, want in mijn optimisme denk ik telkens dat ze er nu toch wel een keertje klaar mee zijn. Ach, die gasten van Rijkswaterstaat, ik heb er geen enkele waardering meer voor.

Oosterwold

Een weekje later pak ik de andere kant van de stad. Het veelbelovende Oosterwold oefent een grote aantrekkingskracht uit. Ik houd van de woeste leegte en van de moed en daadkracht van de eerste bewoners daar. Ik wordt beloond met een royaal verblubberde toegangsweg, die je eerder verwacht in de outback van Zweden, dan in het ordelijke Almere. De post wil er niet meer overheen, nadat ze er met hun bestelbusje enkele keren door welwillende bouwvakkers waren uit waren bevrijd. En dan onstaat dus zo’n onordelijke horde brievenbussen, wat een heerlijkheid. Met wat straatnaambordjes erbij, handig voor de argeloze koeriersdienst of de leverancier van de nieuwe keuken, die bij vertrek ook niet had gedacht dat hij beter met een rupsbandvoertuig had kunnen komen. Maar het absolute hoogtepunt is toch dat waarschuwingsbordje voor de zachte berm.

Vogelhorst, aan de andere kant van de Vogelweg, is het volstrekt tegenovergestelde. Hier is de infrastructuur helemaal af en er staan meer lantarenpalen dan huizen.

Almere Buiten

Ik heb altijd het gevoel dat ik Almere Buiten een beetje veronachtzaam. Ter verdediging voer ik aan dat het een eind fietsen is vanuit Haven. Toch is Buiten altijd weer verrassend interessant. Wat er in het centrum gebeurt is boeiend, aan de randen van dit stadsdeel kun je ontdekkingsreiziger in het klein zijn en op verschillende plekken zijn er gewaagde stadsontwikkelingen. Maar ik koos deze keer voor een zwerftocht door een ‘gewone’ en oude wijk; de Molenbuurt. Leuk om te zien wat er na een jaar of 30 van zo’n buurt geworden is. Ik raad je aan er eens doorheen te wandelen. Want het allerleukst is de manier waarop de bewoners zich hebben gesettled. De gevels, wat je achter de ramen ziet, de tuinen en stoepjes. Wonen met een heel sterk zichtbare eigen identiteit. Alleen om naar te kijken, met respect voor hun privacy, en daarom geen foto’s.