Share

DagAlmere verhaalt over de bestaande stad Almere. Over het wonen, de mensen en de natuur.
Het zijn de observaties van fotograaf en schrijver Bart Buijs. DagAlmere gaat over alles wat hem boeit.
Special: Vanaf oktober 2017 volgt Bart zes maanden lang het politieke bedrijf in Almere. Daar kom je dus (tijdelijk) veel verhalen over tegen. Verhalen die aantonen dat spel van politiek en bestuur in onze stad buitengewoon boeiend is.

Publiek verantwoorden

Hou je vast: een paar honderd miljoen geven we jaarlijks uit aan maatschappelijke instellingen. Voor onderwijs, welzijn, zorg, participatie en zo meer. Wat krijgen we daar als stad voor terug? En hoe meten en weten we dat? En wie doet dat? En ehhhh, hoe moet dat?

In 2013 tekenden 27 maatschappelijke ondernemingen in de publieke dienstverlening een intentieovereenkomst om meer horizontaal en minder verticaal te verantwoorden. Oké, dat moet ik eerst even uitleggen. Dat kan een beetje droog zijn, sorry, maar het is maar één alinea, dus sla je er even doorheen, verderop wordt het onwijs interessant. Nee maar echt!

Kijk, het gaat om de besteding van subsidiegelden. En niet zo’n klein beetje ook, in 2018 bijna 400 miljoen, da’s ongeveer de helft van onze gemeentelijke begroting. Al dat geld gaat vanuit de gemeentekas naar de maatschappelijke organisaties in de vorm van subsidies. Die organisaties vragen die aan en beloven daarvoor een tegenprestatie. En ja, die beloftes moeten natuurlijk wel gemeten en gehaald worden, want het is gemeenschapsgeld. Dus bedenkt iedereen doelen en doelgroepen, getallen en percentages. Rekenmeesters en grafiekmakers hebben er een dagtaak aan. Vier keer. Eerst voor de aanvraag van subsidies en de beoordeling en later om te rapporteren en controleren. De maatschappelijke organisaties leggen dus verantwoording af aan een ‘hogere’ instantie, vandaar de term verticaal. Wat is dan horizontaal?

College

“Daar moeten we vanaf,” dacht het college (al) in 2011. Die maatschappelijke organisaties hebben wel wat beters (en belangrijkers) te doen dan spreadsheets maken en verantwoorden. Kan dat niet anders? Goede vraag, het antwoord is nog niet gevonden. Wel komen ambtenaren en organisaties tenminste tweemaal per jaar bij elkaar om te praten over andere oplossingen; horizontale, waarbij overheid en organisaties gelijkwaardiger zijn en ‘naast’ elkaar werken om maatschappelijke doelen te verwezenlijken. Alleen, die door de gemeente georganiseerde bijeenkomsten komen bovenop de verticale verantwoording. Dat kost voorlopig alleen maar meer tijd dus.

Gemeenteraad

Min of meer gelijktijdig ontwikkelde zich bij de gemeenteraad de behoefte aan meer inzicht in de resultaten en maatschappelijke effecten van al die organisaties waar zoveel geld naartoe gaat. Steeds meer dringt het besef door dat je nog niet veel weet, als er een paar miljoen voor een bepaald doel aan een bepaalde doelgroep is besteed. Je wilt als politiek verantwoordelijke, gekozen burger niet zozeer weten wat het resultaat van de uitgave was, maar veeleer wat het maatschappelijk resultaat van die inspanning is geweest. Wat vond die doelgroep er zelf van? En andere burgers? En andere instellingen? Op zoek naar het antwoord gaan groepjes gemeenteraadsleden namens de hele raad in gesprek met de maatschappelijke organisaties.

Twee sporen

En zo is het gekomen dat in Almere de maatschappelijke partners met twee overheidspartijen in gesprek zijn. Er wordt een college-spoor gevolgd en een gemeenteraad-spoor, beide om hetzelfde te bewerkstelligen. Dat past in de lijn van zowel het dualisme en van de corporate governance. Maar, het lijkt mij, observerende burger, niet een heel handige methode om het voor de maatschappelijke organisaties gemakkelijker te maken. Integendeel.

College-spoor: netwerken

Ik was uitgenodigd om een door de gemeente georganiseerde bijeenkomst van toezichthouders en (top)bestuurders van maatschappelijke organisaties bij te wonen. Ik mocht zelfs mee eten, was mij ruimhartig vooraf als aantrekkelijk perspectief geschilderd. Bleek die bijeenkomst in een buurthuis te zijn en we kregen soep en broodjes. Ai. Maar dat was op het eerste gezicht, het bleek subliem voorbereid door een team van de Participatiefabriek en de kwaliteit van hun gastgeverschap en de soep en de broodjes waren van prima kwaliteit. Wat een leuke mensen! Plus dat er een onuitputtelijke voorraad Bulgaarse notenkoekjes bleek te zijn. Hmmm. Nu naar het onderwerp. De aanwezigen vormen de Kwaliteitskring Publiek Verantwoorden; een groep van 27 van de Almeerse maatschappelijke instellingen die een convenant hebben ondertekend om ehh ….. publiek te verantwoorden dus. Er was een gastspreker die een concrete en spannende casus meenam. Dat werkte goed. In kleinere groepen werden daarna ervaringen uitgewisseld. Het bleek een nuttige exercitie, niet alleen inhoudelijk, maar ook qua netwerkmogelijkheden, zo lieten mij enkele deelnemers weten.
Mooi. Maar hoe dit nu bijdraagt aan de kanteling van verticaal naar horizontaal en vermindering van de bureaucratie is mij niet duidelijk geworden.

Gemeenteraad-spoor: bezoeken

Het instrument ‘publiek verantwoorden’ in de gemeenteraad was tijdens mijn wekelijkse bezoeken aan de gemeenteraad al voorbij gekomen. Raadsleden Ciska en Roelie rapporteerden aan hun raadscollega’s over hun bezoeken en gesprekken met De Nieuwe Bibliotheek en scholenstichting Prisma. Heel puur werd antwoord gezocht en gegeven op de vraag: wat is het werkelijke maatschappelijke effect van de inspanning. De gemeenteraad vergroot daarmee haar controlerende rol en verdiept haar inzicht om kaders te stellen voor (toekomstig) beleid. Een transparant verhaal, dat niet alleen de raad, maar ook de bevraagde maatschappelijke instellingen wist te bekoren. Andere organisaties staan inmiddels in de rij om ook in gesprek te gaan met de raad.
Mooi. Maar hoe dit bijdraagt aan het beter zichtbaar maken van de effecten van de organisaties richting de burger is mij niet duidelijk geworden.

Maar toch

Onder de noemer slimmer en beter zoeken gemeente en instellingen naar andere wegen. En daarin worden wel degelijk kleine stapjes gezet. Slim is bijvoorbeeld de gemeentelijke portaalpagina, die toegang biedt tot de verantwoordingspagina’s van alle aangesloten organisaties. Het neveneffect daarvan is dat die organisaties speciale landingspagina’s op hun eigen site maken en dat ze daarop de informatie ‘lekkerder’ aanbieden dan voorheen in doodsaaie jaarverslagen. Dit proces blijkt nog in volle gang, want ik zie wekelijks leuke nieuwe pagina’s verschijnen, soms met cartoons, filmpjes en testimoniums. (Humanitas Almere noemt haar pagina zelfs publiek verantwoorden). Organisaties kijken de kunst bij elkaar af en er is dus volop beweging.
Ook zoeken overheid en instellingen naar vereenvoudiging van het administratieve proces. Door bijvoorbeeld tientallen verschillende subsidies te clusteren in slechts enkele. Dat scheelt heel veel tijd aan beide kanten. Temeer daar de gemeente steeds meer één relatiemanager aanstelt en organisaties dus niet langs allemaal verschillende afdelingen hoeven.
Ambtenaren proberen ook minder op details te werken en meer over te laten aan de expertise van de instellingen, maar dat is een lastige. Er moét natuurlijk wel financieel verantwoord worden. Toch is het proces van subsidiëren voor activiteiten aan het ombuigen naar subsidie voor resultaten. Dat betekent: meer overlaten aan de gesubsidieerde instelling zelf. En daarmee komt het ambtelijke (college-)spoor meer in de richting van het gemeenteraad-spoor.

Wat zich liet aanzien voor een eenvoudige vraag, blijkt een complex vraagstuk. Waar bovendien feitelijk twee verschillende partijen op twee verschillende sporen actief zijn. Misschien is dat goed, omdat het aansluit bij het dualisme: het college (= de ambtenaren) als bedrijfsvoerder, de raad als toezichthouder. Maar het kan voor de maatschappelijke organisaties niet een prettige positie zijn om in te verkeren. Zij zijn zelf al bedrijfsvoerder van hun organisaties en wat moeten ze met mede-bedrijfsvoerende ambtenaren? Wat is hun toegevoegde waarde en wat zijn de kosten daarvan op het grote geheel? Zou ik raadslid zijn, dan zou ik niet alleen willen weten wat de organisaties doen om de door mijn raad gestelde maatschappelijke doelen te bereiken, maar ook wat de ambtenaren (in opdracht van het college) daaraan wezenlijk bijdragen. Nu ben ik geen raadslid, maar ik vraag het mij toch wel af.

Tot volgend jaar.

In de fotoserie hieronder plaatjes van het publiek verantwoorden in de gemeenteraad en een sfeerverslag van de bijeenkomst van bestuurders en toezichthouders (Kwaliteitskring) in november.


E-mail